Moest me twee weken voorbereiden op het gesprek. Want het duurt soms even voordat ze begrijpen wat je bedoelt, daar bij de IB-groep. En nu zal ik wel de honderdste zijn die zegt: ‘Wat zijn ze naar hè?’, en de triljoenste wellicht die kan melden: ‘Ik wil er f**ck*ng/for f**cks sake/no way josé ook maar iets meer mee te maken hebben.” Maar zo erg is het nu ook weer niet. Toch? In feite was dit mijn eerste, nee, tweede probleem met de valkuil van bijna heel gesponsord studerend Nederland.
Dus ik bellen. Meldde dat ik mij schijn te hebben aangemeld voor de opleiding Nederlands.
‘Máár,’ zei ik dus, want overtuigend spreken is van groot belang, ‘ik kom daar dus nét vandaan met mijn diplomaatje. Dú-hús, wat is er aan de hand?’
‘Nóu,’ zei de IB-man, ‘dát ga ik even voor je nakijken. Blijf je even in de wacht?Mooidankjewelbenzoterug.’
En voor ik kon antwoordden dat ik heel mijn leven al moet wachten, was hij er al weer. Hetgeen mij deed stamelen toen de man zei dat al mijn studiegegevens klopten, maar dat ik nergens ingeschreven stond en dus ook geen recht had op centen.
‘Ma-maar, ik stá ook nergens ingeschreven?’ Tot mijn spijt trok ik mijn meest verontwaardigste gezicht, als blijk van onschuld. Totdat ik mij realiseerde dat ik contact had over een telefoonlijn, en niet gezicht aan gezicht op een zonovergotenterras in Frankrijk waar mij zojuist zou zijn medegedeeld dat ik nérgens in mijn leven meer recht op zou hebben. Dus schraapte ik mijn keel.
“Dus, als ik het goed begrijp stond ik nergens ingeschreven op het moment dat ik studiefinanciering had aangevraagd?”
“Yesserdeyes,” antwoordde hij. Nee, wacht, hij zei het net iets anders: “Ja, dat is correct.”
“Want ik ging die master doen en daar had ik studiefinanciering voor nodig.”
“Klopt he-le-maal.”
“Maar toen ging ik die master toch niet doen,” vervolgde ik.
“Klopt ook he-le-maal.”
‘En toen dachten jullie, waar is die chica heen met ons geld?”
“Eh, nou, zo zou ik dat nou niet 1,2,3 willen …”
“Zeggen, nee, maar toen dachten jullie: dan gaan we kijken of ze misschien haar bachelor zó leuk vond dat ze er is gebleven? Ook al had ze al een diploma en een scriptie van om en nabij de vijftig pagina’s getikt?”
‘Pre-cies!”
“Nee, dan begrijp ik het. En daar was ik ook niet hè?”
“Nee, daar was je ook niet.”
“Maar nu?”
“Ja, nu heb je een maand te veel geld gevangen. Dus, dokken,” sprak de man.
“Nee, dat lijkt mij ook het beste.”
“Hoeveel?”
“Tweehonderdenvijfenvijftig euro en 14 eurocent.”
“Stuur maar door,” zei ik stoer.
“Ja, dat doe ík niet,” zei hij.
“Wie dan?”
“Die krijg je automatisch.”
“O.”
Mijn vader, die in de auto op mij zat te wachten, toeterde ongeduldig. We zouden mijn salaris een beetje opmaken die dag, maar daarover later meer.
‘Heb je verder nog vragen?’
‘Heel veel, maar ik bel daar nog over terug,’ mompelde ik.
‘Oké. Mag ik jou dan een prettig weekend toewensen?’
‘Van hetzelfde hè,’ sprak ik opgewekt, ‘en dáág!’
‘Dáág, haha, dáág!’ sprak de man.
‘Nee wacht even, wanneer komt die acceptgiro nou?’
‘Ja, eh, vanzelf dus!’
‘Bellen jullie vanaf Zweinstein dan ofzo?’ wilde ik vragen.
Maar ik hing op.
Nu is het, zoals altijd, wachten geblazen.
Nou jaaaa zeg. Ik zou bijna willen zeggen: dood aan IB-groep, maar eh… Nee. Dat zeg ik toch maar niet.
Lang leve IB.
Ik had vier maanden van te voren aangegeven dat ik OV-vergoeding wilde voor wanneer ik naar Canada ging en toen moest ik verdomme nog in Canada allemaal documenten gaan uitprinten en versturen vanaf Canada omdat ‘er iets mis was gegaan bij de administratie’.
Grmbl.